Didam ligt in De Liemers, dit is het gebied dat wordt begrensd door de rivieren de Rijn en de IJssel en door het Montferland, een heuvelachtig bosgebied gevormd in de voorlaatste ijstijd. Didam is bekend van de traditionele festiviteiten; het evenement Didam op Stelten en het Schuttersfeest in Didam genieten regionale bekendheid en worden jaarlijks door tienduizenden mensen bezocht. Tijdens het evenement Didam op Stelten worden de nationale steltloopwedstrijden gehouden.
In het dorpscentrum worden dan een gezellige markt en vele andere activiteiten georganiseerd. In Didam zijn verscheidene schutterijen. Tijdens de schuttersfeesten wordt een fietsroute uitgezet van circa 25 km langs de mooiste schuttersbogen. In Didam is ook een Schuttersmuseum gevestigd met tal van schuttersattributen die een goed beeld geven van het rijke schuttersleven in Didam van toen en nu.
Recreatiegebied De Nevelhorst, een 15 hectare groot gebied, is ontstaan door ontzanding. Het gebied bestaat uit een waterplas met een strand en speel- en ligweiden. De speelweiden zijn geschikt om actief bezig te zijn, ze zijn aangekleed met beplanting, picknicksets en, voor de allerkleinsten, speeltoestellen. De Nevelhorst biedt vele mogelijkheden in, op en aan het water, zo kunt u er zonnen, zwemmen, kanoën, surfen en vissen. Bij het verkooppunt kunt u terecht voor een hapje en een drankje.
Natuurgebied De Nevelhorst ligt ten noorden van recreatiegebied De Nevelhorst. Tot het begin van de twintigste eeuw was de Liemers een bosrijk gebied. Vanaf 1900 werd het bos ontgonnen tot bouw- en weiland. Natuurgebied De Nevelhorst is een bewaard gebleven enclave bos in een verder vrij open agrarisch landschap. Doordat het natuurgebied op de overgang van zand- naar kleigrond ligt, komen er veel verschillende planten- en diersoorten voor. Op sommige plekken zijn nog overblijfselen van eikenhakhoutbos te vinden. In het eikenhakhoutbos werden de bomen iedere 9 jaar gekapt. 's Zomers liepen de bomen weer uit met vele dunne stammetjes. Er ontstond een laag en dicht bos. Het looizuur uit de bast van de eikenstammen werd gebruikt in de leerlooierijen. Het hout ging naar bakkerijen en steenovens. Tegenwoordig is eikenhakhoutbeheer een dure, weinig toegepaste manier van bosbeheer. Dit komt omdat looizuur nu kunstmatig wordt bereid en omdat de vraag naar brandhout is afgenomen.